KINDERMISBRUIK- EN MISHANDELING

Mishandeling en misbruik van kinderen wekt sterke emoties in ons op: zo sterk dat we die nauwelijks kunnen uitdrukken. Dergelijke wandaden raken ons waarschijnlijk zo erg doordat we ons herinneren hoe het was om voor het eerst onze eigen kinderen in onze armen te hebben; het overweldigende gevoel van liefde en diepgewortelde ouderlijke instinct om te voeden, te onderwijzen en te beschermen. Het is dan ook schokkend, zelfs ondenkbaar, dat iemand een kind pijn zou willen doen.

De samenleving verenigt zich en staat op tegen mishandeling en misbruik van kinderen. We zien steeds weer hele gemeenschappen gezamenlijk naar kinderen zoeken van wie men vreest dat ze ontvoerd en mishandeld of misbruikt zijn. Het is landelijk nieuws als er ook maar één kind in gevaar verkeert.

Maar het is niet altijd landelijk voorpaginanieuws geweest. Dit kwaad verschool zich in het duister, het was vrijwel onzichtbaar, bijna altijd onuitsprekelijk. Echter, nog voordat er echt maatschappelijke discussies over losbarstten in allerlei westerse landen, verkondigde wijlen Gordon B. Hinckley, president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, openlijk dat mishandeling en misbruik van kinderen een verschrikkelijk kwaad was. Begin jaren tachtig, bijvoorbeeld, gaf hij onze gevoelens en gedachten hierover weer tijdens de wereldwijde uitzending van een conferentie van de kerk: ‘Ik ben blij dat het publiek zich in toenemende mate bewust wordt van dit sluipende kwaad. De exploitatie van kinderen (...) ter bevrediging van sadistische verlangens, is een zonde van het duisterse allooi.’

Welk standpunt kon de Kerk van Jezus Christus anders innemen? De kwestie is nauw verbonden met de kern van de kerkelijke leer. Kleine kinderen zijn onschuldig en zijn God dierbaar. Jezus Christus had enkele van zijn ontroerendste ervaringen met kinderen en reserveerde zijn sterkste uitingen voor hen die kinderen mishandelen: ‘Maar een ieder, die één dezer kleinen, die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte der zee’ (Matteüs 18:6).

Bovendien is het gezin de kern van de kerk. Kinderen wonen met hun ouders kerkdiensten bij. Kerkleden houden wekelijks gezinsavond (een avond waarop andere belangen opzij worden gezet om de gezinsbanden aan te halen). In het gezin ontlenen de ouders kracht aan elkaar om hun kinderen lief te hebben en te beschermen door ze een omgeving te bieden waarin kinderen in een sfeer van liefde en steun kunnen opgroeien. De kerk is een vergaderplaats voor gezinnen die hun kinderen met geestelijke waarden willen grootbrengen. Zowel de kerk als het gezin hebben het grootste belang bij het welzijn van kinderen.

De mormoonse kerk heeft haar leden en gezinnen al heel lang aangemoedigd om de kwestie van kindermishandeling en -misbruik bespreekbaar te maken en zich op de hoogte te stellen van manieren om dergelijke drama’s te herkennen en voorkomen.

Sinds 1976 zijn er meer dan vijftig artikelen in kerkpublicaties verschenen waarin mishandeling en misbruik van kinderen wordt verworpen en de leden wordt geleerd hoe het kan worden voorkomen en aangepakt. Kerkleiders hebben er al meer dan dertig keer over gesproken tijdens wereldwijde conferenties. Kindermishandeling is bovendien geregeld het onderwerp van lessen tijdens zondagsbijeenkomsten.

Daarnaast heeft de kerk een uitgebreid scala aan instructiemateriaal en videopresentaties over het onderwerp geproduceerd om kerkfunctionarissen te trainen in het herkennen van mishandeling en ze uit te leggen hoe ze erop moeten reageren. Een telefonische hulplijn met professionele counselors is 24 uur per dag beschikbaar om plaatselijke leiders met advies op maat terzijde te staan zodat ze de juiste maatregelen kunnen nemen in elk voorkomend geval.

Verder doet de kerk wat zij kan om de gezinnen te versterken. Ieder moet zijn deel doen, maar uiteindelijk zijn sterke, liefhebbende en waakzame gezinnen de beste verdediging tegen kindermishandeling en -misbruik. Wijlen kerkpresident Gordon B. Hinckley heeft gezegd: ‘Dit alles gebeurt en wordt alleen maar erger tenzij we met z’n allen erkennen, ja, er sterk van overtuigd zijn, dat het gezin een middel is van de Almachtige, dat het zijn schepping is, dat het de fundamentele eenheid van de samenleving is.’

In het officiële handboek van de kerk voor haar leiders staat dat het de eerste verantwoordelijkheid van de kerk is om slachtoffers te helpen en hen te beschermen tegen eventuele toekomstige mishandeling of misbruik.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen accepteert of tolereert geen enkele vorm van kindermishandeling of -misbruik, hetzij door leiders, hetzij door gewone kerkleden. Als er een vermoeden bestaan van dergelijke wandaden, geeft de kerk haar leden de aanwijzing om eerst contact op te nemen met de wettige autoriteiten en dan naar hun plaatselijke kerkleider te gaan voor nader advies en ondersteuning. De kerk werkt volledig mee met de arm der wet bij het onderzoeken van dergelijke gevallen en het berechten van daders.

Maar leden van de kerk die schuldig worden bevonden aan mishandeling of misbruik van kinderen, zijn ook onderworpen aan Gods wetten. Gordon B. Hinckley heeft daarover gezegd: ‘Ons hart gaat uit naar de overtreder, maar we kunnen zonden waar hij schuldig aan is niet tolereren. Als er sprake is van overtreding, dan is er ook straf.’ Wie veroordeeld wordt voor mishandeling of misbruik van een kind, die wordt geëxcommuniceerd, de zwaarste discipline die ons geloof kan opleggen. Geëxcommuniceerde leden kunnen niet deelnemen aan kerkbijeenkomsten noch kunnen zij enigerlei functie bekleden in de kerkgemeente of de organisatie van de kerk.

Sinds 1995 maakt de kerk een vertrouwelijke notitie op de lidmaatschapskaart van leden die ooit een kind mishandeld of misbruikt hebben. Waar zij ook heen verhuizen, verhuist hun lidmaatschapskaart ook naartoe. En daarmee wordt de bisschop of voorganger van de nieuwe kerkgemeente gewaarschuwd dat zij niet met kinderen mogen omgaan. Voor zover ons bekend is, was De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen de eerste godsdienstige organisatie om deze overtreders op dergelijke wijze te registreren. Wij achten het gezin heilig en beschermen de kinderen uit het gezin. Dit verklaart waarom de kerk een van de weinige godsdiensten is die ook gewone kerkleden formele discipline oplegt voor seksueel misbruik of mishandeling in plaats van dit alleen bij geestelijken te doen.

Leiders van kerkgemeentes in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen leren dat als zij vernemen van misbruik of mishandeling van kinderen, dit hun prioriteiten zijn: ten eerste het slachtoffer beschermen. Ten tweede de dader verantwoordelijk houden voor zijn daden. Zelfs als de wet in een land of staat een geestelijke verbiedt om in vertrouwen meegedeelde informatie over dergelijke misdaden aan de autoriteiten door te geven, stellen zij alles in het werk om verder misbruik of mishandeling te voorkomen. Men doet alles wat mogelijk is om de dader verantwoordelijkheid te laten aanvaarden voor zijn daden, inclusief zichzelf aangeven bij de politie.

Kinderen zijn onschuldig voor de Heer en hebben onze bescherming nodig. En De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen doet er alles aan om die bescherming te bieden.