Sommige christenen beschuldigen mormonen ervan de genade van God te verwerpen of ontkennen door te beweren dat zij hun eigen behoudenis of heil kunnen verdienen.
Schriften van de kerk wijzen die beschuldiging echter duidelijk van de hand. Kerkleden leren om 'in Christus te geloven, en om met God te worden verzoend; want wij weten, dat wij na alles, wat wij kunnen doen, slechts door genade zalig worden.’ (Boek van Mormon, 2 Nephi 25:23.) En wat is ‘alles, wat wij kunnen doen’? Dat omvat beslist bekering, doop, de geboden onderhouden, en volharden tot het einde. Wij leren verder: ‘Ja, komt tot Christus, en wordt in Hem vervolmaakt, en onthoudt u van alle goddeloosheid; en indien gij u van alle goddeloosheid zult onthouden, en God liefhebben met al uw macht, verstand en sterkte, dan is Zijn genade u genoeg, opdat gij door Zijn genade volmaakt in Christus moogt zijn’ (Boek van Mormon, Moroni 10:32).
Wij worden echter niet gered in onze zonden, in de zin van onvoorwaardelijke redding door Christus te belijden en dan, onvermijdelijk, zonden te begaan in de rest van ons leven (zie het Boek van Mormon, Alma 11:36-37). Wij worden gered van onze zonden (zie het Boek van Mormon, Helaman 5:10) door middel van onze hernieuwde bekering en reiniging door de genade van God en zijn gezegende heilsplan (zie Boek van Mormon, 3 Nephi 9:20-22).
Meer over dit onderwerp vindt u in 'Bent u gered?'