

'Wij waren nog steeds bezig met het vertaalwerk, toen wij in de volgende maand (mei 1829) op zekere dag het bos ingingen om te bidden en bij de Heer navraag te doen over de doop tot vergeving van zonden, die wij bij het vertalen van de platen vermeld vonden. Toen wij in gebed verzonken waren en de Heer aanriepen, kwam er in een wolk van licht een boodschapper uit de hemel naar beneden, die ons, nadat hij ons zijn handen had opgelegd, ordende met de woorden:
'"Aan u, mijn mededienstknechten, verleen ik in de naam van de Messias het priesterschap van Aäron, dat de sleutels omvat van de bediening van engelen en van het evangelie van bekering en van de doop door onderdompeling tot vergeving van zonden; en dit zal nooit meer van de aarde worden weggenomen, totdat de zonen van Levi de Heer wederom een offer offeren in gerechtigheid."
'Hij zei dat dit Aäronisch priesterschap niet het gezag omvatte van de oplegging der handen voor de gave van de Heilige Geest, maar dat dit later op ons zou worden bevestigd. Hij gebood ons om ons te laten dopen en gaf de aanwijzing dat ik Oliver Cowdery moest dopen en dat hij daarna mij moest dopen.
'Dienovereenkomstig gingen wij heen en lieten ons dopen. Ik doopte hem eerst en daarna doopte hij mij - waarna ik mijn handen op zijn hoofd legde en hem ordende tot het Aäronisch priesterschap, en daarna legde hij mij de handen op en ordende mij tot hetzelfde priesterschap, want zo was het ons geboden.*
'De boodschapper die ons bij deze gelegenheid bezocht en dit priesterschap aan ons verleende, zei dat zijn naam Johannes was, dezelfde die in het Nieuwe Testament Johannes de Doper wordt genoemd, en dat hij handelde in opdracht van Petrus, Jakobus en Johannes, die de sleutels droegen van het priesterschap van Melchizedek, welk priesterschap, zei hij, te zijner tijd aan ons zou worden verleend, en dat ik de eerste ouderling van de kerk zou worden genoemd en hij (Oliver Cowdery) de tweede. Het was op de vijftiende dag van mei 1829 dat wij onder de handen van deze boodschapper werden geordend en ons lieten dopen.
'Onmiddellijk toen wij uit het water opkwamen, nadat wij waren gedoopt, ervoeren wij grote en heerlijke zegeningen van onze hemelse Vader. Nauwelijks had ik Oliver Cowdery gedoopt, of de Heilige Geest viel op hem en hij stond op en profeteerde vele dingen die weldra zouden plaatsvinden. En nogmaals, zodra ik door hem was gedoopt, kreeg ook ik de geest van profetie, toen ik opstond en profeteerde over de opkomst van deze kerk en vele andere dingen die met de kerk en deze generatie van de mensenkinderen verband hielden. Wij waren vervuld van de Heilige Geest en verheugden ons in de God van ons heil.'
Dit is het eenvoudige, openhartige getuigenis van Joseph Smith van enkele gebeurtenissen die leidden tot de herstelling van het volledige evangelie van Jezus Christus in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
(Een uitgebreider verslag van Joseph Smiths verhaal is te vinden in de Geschiedenis van Joseph Smith in de Parel van grote waarde of in History of the Church, deel 1, pp. 2-79.)